Sudan

Sudan03.jpgSudan01.jpgSudan02.jpgSudan04.jpgSudan05.jpgSudan06.jpgSudan07.jpgSudan08.jpgSudan09.jpgSudan10.jpgSudan11.jpgSudan12.jpgSudan13.jpgSudan14.jpgSudan15.jpgSudan16.jpg

Extreme hitte, striemende regens, piraten, hinderlagen en een auto-ongeluk. De veteranen van het Regiment Genietroepen uit Vught bleef weinig bespaard bij de aanleg van bruggen in het door oorlog verscheurde Soedan. Het laatste project, de bouw van een 33 meter lange legerbrug,  was bijna een brug te ver. “Alles wat tegen kòn zitten, zat ook tegen”. Journalist Bart Coolen volgde voor het Brabants Dagblad de ‘veteranen met een missie’ tijdens hun werk in Afrika.

“Put your hands out your zakken en help us!”, roept Harrie Brekelmans in een mengeling van Engels en Nederlands tegen een paar Soedanese jongens. Die staan met hun handen in de zakken toe te kijken hoe de veteraan een beschadigde brug probeert te maken. Te zwaar beladen vrachtwagens hebben diepe gaten in het dek van de brug geslagen en regelmatig zakken auto’s met hun wielen door het wegdek. De zon brandt onbarmhartig boven de Afrikaanse savanne. Hoewel de middag al ten einde loopt, is het nog boven de vijftig graden. “Het is jullie brug, niet de mijne!”, roept de veteraan boos. Na die aansporing komt er eindelijk beweging in de groep Soedanezen. Met vereende krachten worden de kapotgereden dekliggers op hun plek teruggelegd. Toch is dit nog maar een voorproefje, want de echte uitdaging ligt bij een nederzetting verderop, zo’n veertig kilometer ten noorden van de zuid-Soedanese hoofdstad Juba. Daar gaan Harrie Brekelmans (58) uit Bokhoven en Henk Schuurs (59) uit Boxtel, veteranen van het Regiment Genietroepen, een 33 meter lange brug bouwen. Sinds 1999 bouwden ze al vijftien bruggen, maar dit is het eerste project waarbij zij zelf verantwoordelijk zijn voor logistieke zaken zoals het transport. De uit 1944 stammende brug is een geschenk van het ministerie van defensie en moet ervoor zorgen dat het vervoer van mensen en goederen ook in de regentijd kan doorgaan. Maar hoe graag de oud-militairen ook in actie komen, de vrachtwagens met de onderdelen van de brug zijn spoorloos. Het laatste bericht is dat ze 400 kilometer verderop aan de grens met Kenia staan.

Het zit de oud-militairen vanaf het begin niet mee. Piraten voor de kust van Somalië hebben het voorzien op het schip waar ook de twee Nederlandse containers op staan. De kapitein vindt de dreiging te groot en maakt rechtsomkeer naar Jeddah, een haven in Saudi-Arabië. Daar worden de containers overgeladen op een klein schip. Met een vertraging van twee weken meert het schip half oktober eindelijk aan in Keniaanse haven Mombasa. Inmiddels heeft de financiële crisis wereldwijd om zich heen gegrepen. Door de verzwakking van de euro ten opzichte van de dollar gaapt er in de begroting van het project ineens een gat van 11000 dollar (een kleine 8000 euro) . Kosten voor de gestegen brandstofprijzen, invoerrechten en het inschakelen van gewapende konvooien moeten de veteranen uit eigen zak betalen. “Twee jaar geleden was Sudan nog urgent. De oorlog in de provincie Darfur stond bij iedereen in het geheugen gegrift. Door de financiële crisis is het geld voor wederopbouw van de ene op de andere dag verdampt . Machines staan stil en de mensen zijn ontslagen”, zegt Schuurs.

Pas nadat Brekelmans zelf poolshoogte is gaan nemen in de haven van Mombasa, komt er schot in de zaak. De 33 ton zware containers worden op twee vrachtwagens geladen. “Een dag of vier, dan zijn ze er”, schat de transporteur in. Dat blijkt een week of twee te optimistisch ingeschat. Oponthoud bij de grens, een uitgelopen vering, kapotte versnellingsbak en een serie kapotte banden behoren nog tot de normale obstakels. Het wordt pas echt heftig als het konvooi in een hinderlaag van een gewapende bende rijdt. Een van de Keniaanse chauffeurs wordt doodgeschoten waarna de hevig geschrokken chauffeurs weigeren om nog maar een meter te rijden. Pas als er een gewapende escorte is geregeld, komt er weer beweging in het konvooi. De tegenslagen en veranderende planningen brengen de veteranen geen moment uit hun doen. Schuurs: “Als militairen zijn we gewend aan het omgaan met onverwachte omstandigheden. We zijn op elkaar aangewezen en voor elk probleem verzinnen we een oplossing”.

De tocht naar de plek van bestemming is een hele onderneming. Vanuit Nairobi vliegen we richting Sudanse grens. Onder begeleiding van het Keniaanse leger gaat het per auto door een stuk niemandsland. Een paar jaar geleden werden de bruggenbouwers hier nog overvallen door de Turkana-stam. Nu blijft het rustig. Twee dagen lang volgen we een breed zand- en grindpad over de droge en hete Afrikaanse vlaktes. Sommige stukken zijn zo slecht dat we hooguit stapvoets kunnen rijden. We passeren ontelbare mijnenvelden, kapotgeschoten voertuigen, legerkampen en nederzettingen met houten hutten. Kinderen  met pijl en boog bewaken een kudde geiten en vrouwen sjouwen zware stapels brandhout op hun hoofd. We overnachten in een Brits kampement van waaruit landmijnen worden opgeruimd. Ook komen we diverse bruggen tegen die de veteranen sinds 1999 hebben gebouwd. Er volgt steevast een inspectie waaruit blijkt dat er nogal wat schort aan het onderhoud van de bruggen. Het idee van de veteranen om een bruggenschool op te richten waar Soedanezen worden opgeleid, is nog niet aangeslagen bij de regering.

Bijna een week na het vertrek uit Nederland bereiken we de Juba, de arme smerige hoofdstad van zuid-Soedan. Net buiten de stad bevindt zich een kamp van de Duitse hulporganisatie GTZ. In opdracht van de Verenigde Naties en het World Food Program legt deze organisatie wegen en dijken aan. Hier bivakkeren de oud-genisten in een vaalgroene legertent, die in groepjes van drie onder de spaarzame bomen staan. We delen de tent met muskieten een kikker, een pad en een wandelende tak. In tegenstelling tot overdag is het ’s nachts koud. “Soedan heeft een hard woestijnklimaat. De regen en hitte zijn onze ergste vijand”, vertelt Henk Schuurs. “In het regenseizoen veranderen de wegen in modderpoelen en is het land onbegaanbaar terwijl in de droge periode vrouwen soms kilometers moeten lopen met kannen water op hun hoofd”.

Twee dagen later zijn de bruggenbouwers te gast bij de Nederlandse ambassade in Juba. Op een terras aan de Nijl hoort ambassadeur Norbert Braakhuis de verhalen aan. “Fantastisch werk. De veteranen springen in het gat dat internationale hulporganisaties laten liggen. Die zijn niet ingericht op een land dat in een overgang zit van oorlog naar vrede. Het werk is bovendien direct zichtbaar voor de mensen in Soedan”. Het feit dat de oud-militairen opdraaien voor een groot deel van de kosten en zelfs hun eigen vliegticket moeten betalen gaat hem te ver. “We zullen daar een oplossing voor moeten vinden, anders gaat er natuurlijk geen veteraan dit werk doen”. Ook de bruggenbouwers zijn stellig: “Als we dit hadden voorzien, waren we nooit aan het proefproject “veteranen met een missie” begonnen. Naast de financiële offers, zijn de veteranen ook wekenlang van huis. Harrie Brekelmans: “Dit werk kun je alleen doen als het thuisfront 100 procent achter je staat. Het zijn geen afgeronde projecten voor een week of twee”.
Vier weken later dan gepland arriveren de containers met de onderdelen van de brug. De volgende morgen om 06.00u wordt direct met de bouw begonnen. Schuurs en Brekelmans krijgen hulp van een peloton soldaten en hebben er duidelijk zin in. “Eindelijk zijn we aan het bouwen! De voorbereidingen slokten 95 procent van de tijd op. Daarbij vergeleken is de bouw van de brug nog maar een peuleschil. Dit is voor ons routinewerk”, zegt Brekelmans.

Net als alles goed lijkt te gaan, raken de twee oud-militairen betrokken bij een auto-ongeluk. De auto van de veteranen botst tegen een andere auto die plotseling de weg op schiet. Binnen de kortste keren worden ze omringd door een menigte woedende Soedanezen. “Ik dacht even dat het voorbij was. Er stonden ruim honderd mensen om ons heen met vuurspuwende ogen. Alles wat me lief is, flitste even aan me voorbij”, zegt een geschrokken Schuurs. Pas als een stamoudste met behulp van wat soldaten ingrijpt, keert de rust terug en kan het werk worden voortgezet. De panelen wordt op de kant in elkaar gezet en is binnen dagen klaar. Een shovel trekt het gevaarte over het water naar de juiste plek en voert zand aan voor de op- en afritten.

Bij de officiële opening laat de militair attaché zonder bericht verstek gaan, een teleurstelling voor de veteranen. Schuurs: “Het is belangrijk dat defensie ons werk steunt. Niet alleen met materieel, maar bijvoorbeeld ook met vergunningen en contacten met lokale overheden. Bovendien moet defensie de projecten strakker plannen en oog hebben voor financiële tegenvallers. Dat zijn harde voorwaarden om het project ‘veteranen met een missie’ tot een succes te maken”. De Soedanese dorpelingen hebben de brug al snel ontdekt. “Vroeger reden auto’s zich hier vast en waadden vrouwen tot aan hun middel door het water. Nu kunnen ze zo doorlopen. Daar doen we het uiteindelijk voor”, constateren de veteranen tevreden.

(c) Bart Coolen