Filipijnen

filipijnen8.jpgfilipijnen01.jpgfilipijnen6.jpgfilipijnen4.jpgfilipijnen5.jpgfilipijnen3.jpgfilipijnen2.jpgfilipijnen11.jpgfilipijnen14.jpgfilipijnen13.jpgfilipijnen10.jpgfilipijnen15.jpgfilipijnen7.jpgfilipijnen9.jpgfilipijnen16.jpgfilipijnen12.jpg
Straatkinderen in de stad Cebu, Filipijnen. Enkele duizenden van deze kinderen zijn werkzaam in de prostitutie, waarbij cybersex via webcams sterk in opkomst is. Kinderhulporganisatie Terre des Hommes richt haar pijlen op deze ernstige vorm van kinderuitbuiting door middel van onderwijs, voorlichting, opvang, juridische en psychische begeleiding van de kinderen en aanpak van de daders.

 

Twaalf juni is de internationale dag tegen kinderarbeid. In veel landen is het met die kinderarbeid slecht gesteld. Zo is mede dankzij massaal gedumpte tweedehands computers uit het westen in de Filipijnen een nieuwe trend ontstaan: cybersex. Jonge kinderen worden gedwongen om voor een webcam seksuele handelingen te verrichten voor mannen uit het westen. Daaronder waren ook enkele verdachten uit de Amsterdamse zedenzaak. Hele wijken profiteren van de opbrengsten van de meisjes, dus kijkt iedereen een andere kant op.  


Door Bart Coolen

Cybersex in de Filipijnen nieuwe trend in kinderarbeid
Misbruikt voor een pak slechte rijst

CEBU – Amper dertien jaar is Jean-Ann als haar neef uit een naburige sloppenwijk haar een bijbaantje aanbiedt. Ze mag kaarsen verkopen op de markt in de Fillipijnse stad Cebu, een kans die het meisje met beide handen aangrijpt. Haar vader is werkloos en moeder verdient te weinig om haar negen kinderen te voeden. Al op de eerste werkdag pakt het bijbaantje heel anders uit, want in plaats van kaarsenverkoop wordt het Fillipijnse meisje voor een webcam geplaatst. Ze moet chatten met onbekende naakte mannen die haar vragen haar blouse uit te doen. “Hoe meer bereid was de klant te betalen, hoe verder we moesten gaan. Ik moest mijn borsten betasten terwijl hij zich masturbeerde”, blikt de nu 17-jarige Jean-Ann beschaamd terug. “Ik voelde me verdrietig en klein. Als ik eraan terugdenk voel ik me schuldig”. Ze laat het internetcafé zien waar het allemaal gebeurde. In een kleine benauwde ruimte aan de rand van een sloppenwijk staan twee rijtjes van vijf computers. Twee meisjes zijn net aan het werk. Terwijl op de computer ernaast een paar jongetjes onverstoorbaar een spelletje spellen, chatten de meisjes gelijktijdig met verschillende mannen. Ze loggen in in een chatroom, typen een paar zinnen met woorden als “horny” en “very young” en binnen de kortste keren melden zich diverse klanten. Voor de hoogste bieder gaat ook de webcam aan. Op het scherm verschijnt een blanke man van midden vijftig, volledig naakt. Het meisje spreekt hem aan als Sugardaddy (suikeroom), voor jonge mannen is “boyfriend” de vaste aanspreektitel. In elk zin komt minstens een keer “ooh baby, yes baby” voor. Dit keer blijven de kleren aan en blijft het bij ophitsend taalgebruik.

Een chatsessie levert afhankelijk van de wensen van de klant tussen de 20 en 200 euro op. Daarbij geldt: hoe jonger, hoe duurder. Boven de twintig euro gaat de blouse uit, boven de vijftig euro ook de broek. Speciale wensen zijn nog duurder. Ouders schrikken er niet voor terug om zeer jonge kinderen in te zetten, soms zelfs onder de tien jaar. Van de opbrengsten verdwijnt het grootste deel in handen van anderen: de politieagent die de andere kant op kijkt, de neef die als tussenpersoon handelt, de eigenaar van het internetcafé en de buurt die zwijgt. Uiteindelijk blijft er voor het meisje 1 à 2 euro per dag over, net genoeg om een kilo slechte rijst te kopen of het schoolgeld van een broertje of zusje te betalen.

“Het probleem is dat cyberseks door Filipijnen niet als schadelijk wordt gezien omdat er geen fysiek contact is met de klant”, zegt sociaal werker Sheila Baylosis. “Ouders moedigen hun kinderen zelfs aan om voor de camera plaats te nemen. Soms worden ook jongere broertjes, zusjes of buurtkinderen ingeschakeld. Het levert relatief eenvoudig geld op en is makkelijk te organiseren. De familie koopt voor een paar tientjes op afbetaling een tweedehands computer met internetverbinding uit het westen. De betalingen verlopen via anonieme internationale geldbureaus zoals Western Union.

Zodra de betaling binnen is, krijgt het meisje een seintje dat “de show”, zoals een chatsessie wordt genoemd, kan beginnen. “Met het geld dat het meisje verdient, kan een heel gezin en soms zelfs een hele buurt worden onderhouden. Voor ouders van grote en arme gezinnen is het dan ook een verleidelijke manier om geld te verdienen. Ze staan niet stil bij of negeren de psychische schade die een kind kan oplopen met de chatsessies. Over het algemeen geldt: hoe langer de periode waarin het kind is misbruikt, hoe groter de gevolgen. Die kunnen bestaan uit depressiviteit, angst- en schuldgevoelens, concentratieproblemen en een negatief zelfbeeld. Ook kunnen kinderen problemen krijgen in latere seksuele relaties”.

Een ander gevaar van cybersex is dat de stap naar echt fysiek contact voor sommige kinderen klein is. Dat overkwam de nu 18-jarige Stephany. Vanaf haar twaalfde chatte ze vrijwel dagelijks, ook met mannen uit haar eigen stad. Een van haar chatvriendjes wilde echte sex. “Uiteindelijk stemde ik in voor een bedrag van 100 dollar. Ik nam Shabu, een goedkope variant van cocaine, om het wat gemakkelijker te laten verlopen. We gingen naar een hotel waar ik ben ontmaagd. Ik was toen net 14 jaar. Na afloop vroeg hij of ik nieuwe condooms wilde gaan kopen. Toen ik terugkwam, was hij verdwenen zonder te betalen. Later bleek hij alles op video te hebben opgenomen. Die film circuleert nu ergens op internet. Daarna heb ik een paar jaar als prostituee op straat gewerkt. Ik werkte van tien uur ‘s avonds tot vijf uur ‘s ochtends. Soms liet ik me betalen in beltegoed. Ik had ook politici, onderwijzers en politieagenten als klant. Over meisjes die teveel verdienden verspreidden we roddels om haar minder aantrekkelijk te maken. Overdag sliep ik, dus naar school gaan was er niet bij”.

Er staan strenge straffen op seksuele uitbuiting van kinderen op de Filipijnen. Volwassenen die een kind dwingen tot seksuele handelingen voor een webcam riskeren 20 jaar gevangenisstraf. Op fysiek seksueel contact met een kind staat zelfs levenslang. Eind vorig jaar pakte de politie op de Filipijnen twee vrouwen op die twee zeer jonge kinderen hadden misbruikt. Flóvin O, een van de verdachten in de Amsterdamse zedenzaak, zou via een webcam live hebben meegekeken. Op 12 juni, uitgerekend de internationale dag tegen kinderarbeid, begint zijn rechtszaak.

Of het tot een veroordeling komt van de Filipijnse vrouwen, is nog maar de vraag. “Processen duren jaren, rechtbanken zijn niet kindvriendelijk ingericht en er is te weinig kennis in het vergaren van bewijs”, zegt Noemi Truya van het Childrens Legal Bureau in Cebu dat misbruikte kinderen juridisch bijstaat. “De chatsessies worden meestal niet opgenomen. Zodra de computer wordt uitgezet, is het bewijs verdwenen. De overheid heeft nu sinds kort voor het eerst specialisten uit de Verenigde Staten ingehuurd om technisch bewijs te verzamelen. Ook wordt onderzocht of er criminele organisaties achter zitten. Het aantal rechtszaken waarbij sprake is van cyberseks is nog op een hand te tellen. De beste methode is het op heterdaad betrappen van de mensen die de kinderen dwingen tot de webcamseks. Maar de kans op een heterdaad is uiterst klein. Bovendien heeft deze vorm van kinderarbeid bij de politie geen enkele prioriteit”.

Met steun van kinderhulporganisatie Terre des Hommes vangt de Filipijnse organisatie Forge misbruikte kinderen op. Forge schat dat alleen al in de stad Cebu (met 900.000 inwoners de vierde stad in de Filipijnen) zo’n 1000 kinderen in de seksindustrie werken, zowel jongens als meisjes. Hoeveel kinderen achter een webcam moeten plaatsnemen, is moeilijk in te schatten omdat deze vorm van misbruik meestal achter gesloten deuren plaatsvindt. Sinds 2008 heeft Forge zo’n 300 kinderen uit de business gehaald. Dat is vaak een proces van jaren. Sociaal werker Sheila Baylosis: “We spreken de kinderen op straat aan en proberen hun vertrouwen te winnen. We hebben een opvanghuis gebouwd, waar de kinderen kunnen komen wonen totdat ze de middelbare school hebben afgemaakt. Ondertussen steunen we de ouders financieel omdat voor hen een belangrijke inkomstenbron is weggevallen. Daarnaast zorgen we voor psychische begeleiding. Veel kinderen zijn getraumatiseerd, voelen zich schuldig of zijn depressief. We proberen de kinderen een nieuwe richting in hun leven te geven met gerichte opleidingen en trainingen. Ook is het van belang om hen opnieuw te leren wat goed en wat slecht gedrag is. Goed gedrag wordt beloond met bepaalde voorrechten zoals een middagje winkelen”.

Jean-Ann en Stephany hebben hun leven inmiddels weer een heel eind op de rails. Stephany zet haar eigen ervaringen in om meisjes uit de seksindustrie te begeleiden. Jean-Ann droomt niet langer van trouwen met een rijke westerse man, maar ziet haar toekomst in eigen land. “Ik probeer deze periode achter me te laten en werk nu hard om mijn middelbare school af te maken. Mijn droom is om sociaal werker te worden. Dan kan ik mijn eigen ervaringen toch nog inzetten voor iets goeds”.

(c) Bart Coolen – juni 2012.